Rony, Ad, Marc, Kenny, Ad junior en Kenny

Noorderlijn en zonen

Met honderden zijn ze aan de slag bij de Noorderlijn. En toch heeft het iets weg van een familiebedrijf. Rony, Ad en Marc werken samen met hun zonen Kenny, Ad (junior) en Kenny aan de Noorderlijn.

Wanneer de drie vaders over hun zonen spreken, dan blinken hun ogen van trots. Waarom? Dat wordt al snel duidelijk. Ik heb niet alleen vaders en zonen voor me, maar ook echte kameraden.

Of ze bewust in de voetsporen van hun vader zijn getreden? ‘Ik reed als kind al rond met de kruiwagen’, vertelt Kenny. Bij mij heeft het er altijd wel ingezeten.’ Dat beaamt Marc volledig. ‘Enkele jaren geleden hielp hij me om een omheining rond het huis te zetten en toen voelde ik: “Dat klikt gewoon. Met hem zou ik zeker kunnen samenwerken.”’ Marc en Kenny werken in het team dat instaat voor de trappen in het metrostation. ‘Sinds kort staan we niet meer in dezelfde ploeg. Dat is misschien niet slecht. Hij weet dat ik er ben. Dus als hij wil kan hij raad vragen. Maar eigenlijk leert hij het snelste als hij er alleen voorstaat. Want als vader ben je toch iets sneller geneigd om de gevaarlijke klussen over te nemen.’

"Toen Kenny in mijn ploeg is begonnen heb ik hem direct gezegd dat hij van mij geen cadeaus moest verwachten. Ik ben ook helemaal onderaan moeten beginnen."

Die bezorgdheid herkennen de andere vaders onmiddellijk. Ad is werfleider op het Eilandje, zijn zoon Ad junior werkt voor een transportfirma die aan- en afvoer doet voor de Noorderlijn. ‘Als werfleider voel je een grote verantwoordelijkheid. Maar als je eigen zoon op de werf staat, dan voel je dat eens zo hard. Als hij ’s nachts moet werken, bel ik hem altijd even op om te zeggen dat hij voorzichtig moet zijn.’ Die bezorgdheid is zeker wederzijds. ‘Ik ben vaak al om 4 uur op de baan, vóór mijn vader dus. Als ik dan merk dat het glad is, bel ik hem.’ ‘Mijn zoon is gewoon een prettige mens om mee samen te werken. Hij doet zijn werk goed.’

Dat de twee Kenny’s aan de slag zijn bij BAM daar zitten de moeders voor iets tussen.

Rony legt uit: ‘Op een dag zei mijn vrouw: “Maandag rijdt Kenny met jou mee. Ik viel uit de lucht. Zij had alles al geregeld. Sinds Kenny het huis uit is, benijdt ze me dat ik hem elke dag zie. Dan vraagt ze me “Wat heeft hij allemaal gezegd?” Maar ja, wij zeggen zo veel tegen elkaar.’ 
Marc: ‘Of “Wat had hij bij om te eten?” Ik herken dat zo hard. Het blijven moeders hé.’
Rony: Nu, toen Kenny bij mij is begonnen, heb ik hem direct gezegd dat hij van mij geen cadeaus moest verwachten. Ik ben ook helemaal onderaan moeten beginnen. Ik heb ook de vuil jobkes moeten doen. En anders gaan ze hem beschouwen als het zoontje van.
Marc: Daar had ik in het begin ook schrik voor, maar eigenlijk hebben wij een sterk team dat goed aaneen hangt. Collega’s die al met Kenny hebben samengewerkt komen me zeggen: “Dat ben jij net.” Een mooier compliment kan ik me niet wensen, toch.’